Stichting Onderzoek en Preventie Zuigelingensterfte - Stichting Wiegedood

Stichting Wiegedood
Stichting Wiegedood
 

Stichting

Informatie

Wat is wiegendood 

Men spreekt van wiegendood als een baby onverwacht overlijdt zonder dat daar ogenschijnlijk een oorzaak voor is. Als ook na volledig postmortaal onderzoek geen verklaring wordt gevonden, noemt men dat wiegendood/SIDS (sudden infant death syndrome). Als wiegendood zich voordoet, is het vrijwel altijd in het eerste levensjaar, maar het komt soms ook in het tweede jaar voor.


Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) registreert alle gevallen tussen 7 dagen en 1 jaar. Wiegendood in het tweede levensjaar wordt niet door het CBS geregistreerd; onderzoekers schatten dat zich jaarlijks tussen 1 en 5 gevallen voordoen.
 
In 1979 werd SIDS/wiegendood ingevoerd als officiële doodsoorzaak. In 1984 werden in ons land in deze categorie 212 gevallen <1 jaar geregistreerd, maar in de jaren 1983 en 1984 ontbraken bij het CBS de financiële middelen om de cijfers te corrigeren op door obductie verkregen uitkomsten. In 1987, het jaar waarin voor het eerst doordrong dat buikligging van grote invloed was, werden 170 gevallen genoteerd. Sindsdien beweegt de statistiek van de incidentie, de mate waarin wiegendood voorkomt, zich gestaag in neerwaartse richting.
 
Nu zijn we 30 jaar verder en zijn de meest recente wiegendoodcijfers verheugend laag. In 2006 overleden 11 baby's (tussen een week en een jaar oud) onder de diagnose wiegendood/SIDS; in 2007 waren het er 14, in 2008 18 en in 2009 19.
De totale zuigelingensterfte (onder levendgeborenen tot 1 jaar) in Nederland kwam in 2009 en 2008 uit op 3,8 promille. In 2007 was het nog 4,1 promille, in 2006 4,4 en in 2005 4,9 promille. 
 
De lage incidentie in Nederland geldt internationaal als voorbeeldig. Deskundigen schrijven het bereiken ervan vrijwel volledig toe aan de vroegtijdige en eensgezinde inzet op preventie, die in ons land met zijn fijnmazige stelsel van zuigelingenzorg breed kan doordringen tot de doelgroepen: (aanstaande) ouders en alle andere verzorgers van baby's. Weliswaar tast men over de werkelijke oorzaken van het overlijden deels nog in het duister, in de loop der jaren zijn in verzorging en omstandigheden een aantal risicofactoren ontdekt waarvan de meeste zich met succes laten beperken. Niemand kan elk risico uitsluiten, maar door preventie kan men het wel heel drastisch verlagen.
 

Statistieken

 
De onderstaande, op statistieken gebaseerde grafiek laat het gunstige effect zien.

Van belang bij het op waarde schatten van de wiegendoodincidentie zijn de registraties in de aangrenzende categorieën. Dat zijn er vijf: acute luchtweginfecties, longontsteking, algemene symptomen, diagnose onbekend of vaag en stikken door voedsel. In haast alle jaren dat werd geregistreerd, bewoog het totaalcijfer van deze categorieën plus wiegendood/SIDS zich nagenoeg parallel omlaag. Parallel omlaag bewegen betekent dat er geen verschuiving plaats heeft, maar dat er werkelijk vooruitgang wordt geboekt bij het terugdringen van het aantal sterfgevallen.

 

Postperinatale sterfte aan wiegendood en aangrenzende categorieën
in Nederland in de periode 1980 - 2009 in aantallen gevallen:  
(registratie Centraal Bureau voor de Statistiek)


  ----  wiegendood/SIDS

 ----  wiegendood/SIDS plus aangrenzende categorieën


Aangrenzende categorieën:

* acute luchtweginfecties / * longontsteking / * algemene symptomen
* diagnose onbekend of vaag / * stikken door voedsel

 

Uitvoerige, gedocumenteerde verhandelingen over de ontwikkelingen in de afgelopen decennia en de voortschrijdende inzichten maken deel uit van het informatieaanbod in de rubriek Informatie bestellen.

© Stichting Onderzoek en Preventie Zuigelingensterfte, bij afkorting Stichting Wiegedood