Actuele berichten
Minder bedeelde groepen zien risicofactoren over het hoofd
januari 2006
NOORDEN - Alleenstaande moeders leggen hun baby vaker op de buik te slapen, ze gebruiken vaker een dekbed en nemen hun jonge kind meer bij zich in bed dan anderen. Ook allochtone vrouwen doen dat. De babyslaapzak is bij moeders van buitenlandse afkomst veel minder populair dan bij Nederlanders. Werkloosheid, jeugdige leeftijd, lager opleiding en alleenzijn zijn omstandigheden waarin minder veilige methoden van verzorging ondanks de adviezen standhouden.
Deze trends komen naar voren uit een peiling naar verzorgingsgewoonten onder ouders en verzorgers van 2900 baby’s, die begin 2003 is gehouden. Het beeld komt in grote lijnen overeen met onderzoeken in andere landen die aangeven dat preventieaanbevelingen het moeizaamst doordringen tot minder bedeelde groepen. Thans loopt in Nederland een volgende, meer uitgebreide peiling, waarvan de uitkomsten mogelijk later dit jaar beschikbaar komen.
Dat de breed gedragen veiligheidsadviezen in de samenleving wel degelijk effect hebben blijkt uit het dalen van het percentage moeders dat rookt na de zwangerschap van 20 procent in 1999 naar 13 procent in 2003, de teruggang van dekbedgebruik van 18 naar 7 procent en het nog iets verder afnemen van buikslapen van bijna 8 naar ruim 6 procent. Vooruitgang werd genoteerd voor borstvoeding, vooral zichtbaar in de afname van het aandeel kunstvoeding van 78 tot 63,5 procent. Het fopspeengebruik daarentegen liep iets terug.
Het advies om een baby tenminste het eerste halfjaar en liever nog het hele eerste jaar dichtbij de ouders in een eigen wieg of bedje te laten slapen wordt het meest gevolgd door oudere (35 jaar en ouder) en hoger opgeleide moeders, maar ook ouders die niet in Nederland zijn geboren doen dat opvallend vaker dan gemiddeld (40 tegen 22 procent). Opvallend is dat samen in één bed slapen zich het vaakst (8 procent) voordoet in de meest riskante periode van de eerste levensmaanden en daarna afneemt.
De peiling werd in opdracht van de stichting uitgevoerd door TNO Preventie en Gezondheid (thans Kwaliteit van Leven), met medewerking van 246 consultatiebureaus. De volledige uitkomsten worden verwerkt in een rapport en een wetenschappelijke publicatie die binnenkort worden verwacht.


