Stichting Onderzoek en Preventie Zuigelingensterfte - Stichting Wiegedood

Stichting Wiegedood
Stichting Wiegedood
 

Stichting

Informatie

Actuele berichten

Monitoren kunnen wiegendood niet voorkomen

 
25 april 2007; aangevuld op 13 november 2007
 
NOORDEN - Medische monitoren zijn geen preventiemiddel voor wiegendood. Zij bewijzen goede diensten, wanneer er aanwijzingen zijn dat er met een baby iets aan de hand is dat bewaking rechtvaardigt, maar ze kunnen geen ontwikkelingen voorspellen. Zogeheten slaaptesten, die met een monitor worden uitgevoerd, hebben geen betekenis. Het is niet zinvol om een gezonde baby te koppelen aan een monitor.
 
Langdurig en veelvuldig onderzoek naar de mogelijkheden om door monitoring het risico op wiegendood te verminderen heeft uiteindelijk wereldwijd onderzoekers ervan overtuigd dat hierdoor geen voordelen zijn te behalen. In België is het geloof in slaaptesten eind 2006 definitief opgezegd. De American Academy of Pediatrics, de Amerikaanse wetenschappelijke vereniging van kinderartsen, ging in april 2003 overstag door publicatie van een zogeheten ‘policy statement’ (beleidsdocument) in het gezaghebbende medische vakblad Pediatrics', waarin wordt geconcludeerd dat ondanks de vele onderzoeken die daar in de loop der jaren naar zijn gedaan nimmer is gebleken dat monitoren een preventieve functie hebben t.a.v. wiegendood, noch in staat zijn om het overlijden van aangesloten kinderen in alle gevallen te voorkomen. Onder monitoren worden verstaan hoogwaardige cardiorespiratoire (hartslag en ademhaling registrerende) apparaten met geheugen. Aanbevolen wordt het voorschrijven van een monitor voortaan te beperken tot een beperkt aantal specifieke diagnosen van prematuren (te vroeg geboren baby’s). Bovendien is het verstandig per geval een tijdsduur af te spreken; een duidelijke instructie en training van de ouders, inclusief het leren van reanimatie, wordt absoluut noodzakelijk geacht. Na alarm is het niet het apparaat dat een baby mogelijk uit een penibele situatie kan redden, maar een hulpverlener die weet wat hem of haar te doen staat.
 
Anders dan in Nederland zijn gedurende vele jaren in de Verenigde Staten en in België, medische monitoren op grote schaal ingezet in de veronderstelling dat men daarmee de kans op wiegendood zou verminderen. Het Belgische Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) kwam eind december 2006 op basis van een inventariserend onderzoek tot de conclusie dat slaaptesten ‘een maat voor niets’ zijn.
In Nederland is de afgelopen decennia het accent vooral gelegd op een groeiende reeks van preventieve maatregelen die de incidentie zeer sterk blijken te beperken. Het inzetten van een monitor werd en wordt in voorkomende gevallen wel nuttig geacht om niet op andere wijze te matigen angst van (wiegendood)ouders te beteugelen. En uiteraard is nimmer getwijfeld aan de mogelijkheid om met behulp van monitoren gegevens te verzamelen die voor het ontwikkelen van meer inzicht onontbeerlijk zijn. Maar het wordt niet ethisch verantwoord en zinvol gevonden om baby's zonder medische geschiedenis aan een monitor te koppelen.

Wereldwijd is men er thans van overtuigd dat promotie en toepassing van de bewezen preventieaanbevelingen alle voorkeur verdient boven bewakingsapparatuur. De hypothese dat apneu de voorloper is van SIDS, waarvan voor het eerst werd gerept in 1972, is ondanks intensief onderzoek nooit bewezen. En obstructieve apneu kan onmogelijk betrouwbaar worden gesignaleerd door de ademhalingsapparaatjes (sensormatjes) die voor thuisgebruik worden aangeprezen.
Met dergelijke apparaatjes wordt druk geadverteerd sinds de publicatie van een krantenbericht op 11 november 2007. Anders dan dit bericht suggereert kan niet worden aangetoond dat zij levensreddend zijn. Zie voor een uitgebreide toelichting de rubriek Producten veilig/onveilig.