Actuele berichten
Wiegendood blijft laag in 2009
Terug naar de inhoud
Hersenonderzoek naar rol van serotonine
Terug naar de inhoud
Onderzoek na onverklaard overlijden minderjarigen
Terug naar de inhoud
Affaire gifcontainers sleept zich voort
Terug naar de inhoud
Baby overlijdt na wervelmanipulatie
Terug naar de inhoud
Kritiek op ontwerp-richtlijn Huilbaby weerlegd
Bij sommige punten lijkt althans een deel van de criticasters zich te baseren op eigen overtuigingen of zich meer te hebben laten leiden door ideologie dan door feiten ingegeven opvattingen. Dat vooral veroorzaakte eind januari nogal wat misbaar in diverse media en, nog voortdurend, op diverse websites.
Terug naar de inhoud
Nog geen sluitende verklaring gevonden
Relatief vaker wiegedood tijdens kinderopvang
Terug naar de inhoud
Advies Veilig Slapen aangescherpt
Hoestdrankjes minder onschuldig dan gedacht
NOORDEN - In de reeks Veilig Slapen is het advies om bij een baby terughoudend te zijn met medicijnen en drogistenmiddeltjes aangescherpt. Toegevoegd is een waarschuwing tegen gebruik van hoestdrankjes als een baby verkouden is of hoest. Van dergelijke middelen is geen nut aangetoond. Wel blijkt uit Amerikaans onderzoek dat vrij verkrijgbare preparaten op basis van antitussiva, antihistaminica, vasoconstrictoren en expectorantia ongewenste bijeffecten kunnen opwekken en bij overdosering zelfs levensgevaarlijk kunnen zijn.
De Amerikaanse Food and Drug Administration en het Belgisch Centrum voor Pharmacotherapeutische Informatie adviseren sinds de publicatie van de studie in het wetenschappelijke vakblad Pediatrics in januari om kinderen jonger dan 2 jaar bij banale verkoudheid en hoest geen geneesmiddelen of drogistenmiddeltjes te gebruiken, maar ze alleen goed te laten drinken en eten. De ongewenste effecten zijn weliswaar zeldzaam, maar ernstig van aard: hartritmestoornissen, stuipen en verlies van bewustzijn.
Punt 7 van de adviezen Veilig Slapen ‘Gebruik geen geneesmiddelen met slaapverwekkende bijwerking’ luidt nu als volgt:
‘Sommige geneesmiddelen zijn gevaarlijk voor baby's. Ze kunnen een baby te diep laten slapen. Moeders die borstvoeding geven, moeten deze medicijnen ook vermijden. Lees altijd de bijsluiter. Raadpleeg bij twijfel de dokter.
Wees altijd terughoudend met medicijngebruik bij baby's en peuters. Van de uitwerking van medicijnen op baby's is vaak te weinig bekend. Grijp ook niet lichtvaardig naar zogeheten drogistenmiddeltjes - de effecten zijn over het algemeen twijfelachtig en in combinatie met medicijnen kan risico ontstaan. Overleg altijd met uw dokter.
Hoestmiddeltjes hebben geen effect en kunnen zelfs nadelig uitpakken. Goed laten drinken is beter.
Geef een baby ook geen honing, want honing kan sporen bevatten van een voor een baby levensgevaarlijke bacterie.’
Terug naar de inhoud
Belgische instanties raden slaaptest nu ook af
Monitoren kunnen wiegendood niet voorkomen
NOORDEN - Medische monitoren zijn geen preventiemiddel voor wiegendood. Zij bewijzen goede diensten, wanneer er aanwijzingen zijn dat er met een baby iets aan de hand is dat bewaking rechtvaardigt, maar ze kunnen geen ontwikkelingen voorspellen. Zogeheten slaaptesten, die met een monitor worden uitgevoerd, hebben geen betekenis. Het is niet zinvol om een gezonde baby te koppelen aan een monitor.
Langdurig en veelvuldig onderzoek naar de mogelijkheden om door monitoring het risico op wiegendood te verminderen heeft uiteindelijk wereldwijd onderzoekers ervan overtuigd dat hierdoor geen voordelen zijn te behalen. In België is het geloof in slaaptesten eind 2006 definitief opgezegd. De American Academy of Pediatrics, de Amerikaanse wetenschappelijke vereniging van kinderartsen, ging in april 2003 overstag door publicatie van een zogeheten ‘policy statement’ (beleidsdocument) in het gezaghebbende medische vakblad Pediatrics', waarin wordt geconcludeerd dat ondanks de vele onderzoeken die daar in de loop der jaren naar zijn gedaan nimmer is gebleken dat monitoren een preventieve functie hebben t.a.v. wiegendood, noch in staat zijn om het overlijden van aangesloten kinderen in alle gevallen te voorkomen. Onder monitoren worden verstaan hoogwaardige cardiorespiratoire (hartslag en ademhaling registrerende) apparaten met geheugen. Aanbevolen wordt het voorschrijven van een monitor voortaan te beperken tot een beperkt aantal specifieke diagnosen van prematuren (te vroeg geboren baby’s). Bovendien is het verstandig per geval een tijdsduur af te spreken; een duidelijke instructie en training van de ouders, inclusief het leren van reanimatie, wordt absoluut noodzakelijk geacht. Na alarm is het niet het apparaat dat een baby mogelijk uit een penibele situatie kan redden, maar een hulpverlener die weet wat hem of haar te doen staat.
Anders dan in Nederland zijn gedurende vele jaren in de Verenigde Staten en in België, medische monitoren op grote schaal ingezet in de veronderstelling dat men daarmee de kans op wiegendood zou verminderen. Het Belgische Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) kwam eind december 2006 op basis van een inventariserend onderzoek tot de conclusie dat slaaptesten ‘een maat voor niets’ zijn.
In Nederland is de afgelopen decennia het accent vooral gelegd op een groeiende reeks van preventieve maatregelen die de incidentie zeer sterk blijken te beperken. Het inzetten van een monitor werd en wordt in voorkomende gevallen wel nuttig geacht om niet op andere wijze te matigen angst van (wiegendood)ouders te beteugelen. En uiteraard is nimmer getwijfeld aan de mogelijkheid om met behulp van monitoren gegevens te verzamelen die voor het ontwikkelen van meer inzicht onontbeerlijk zijn. Maar het wordt niet ethisch verantwoord en zinvol gevonden om baby's zonder medische geschiedenis aan een monitor te koppelen.
Wereldwijd is men er thans van overtuigd dat promotie en toepassing van de bewezen preventieaanbevelingen alle voorkeur verdient boven bewakingsapparatuur. De hypothese dat apneu de voorloper is van SIDS, waarvan voor het eerst werd gerept in 1972, is ondanks intensief onderzoek nooit bewezen. En obstructieve apneu kan onmogelijk betrouwbaar worden gesignaleerd door de ademhalingsapparaatjes (sensormatjes) die voor thuisgebruik worden aangeprezen.
Met dergelijke apparaatjes wordt druk geadverteerd sinds de publicatie van een krantenbericht op 11 november 2007. Anders dan dit bericht suggereert kan niet worden aangetoond dat zij levensreddend zijn. Zie voor een uitgebreide toelichting de rubriek Producten veilig/onveilig.
Terug naar de inhoud
Gedragen door artsenorganisaties
Nieuwe Richtlijn voor preventie vervangt Consensus
Stichting Wiegedood en de Landelijke Werkgroep Wiegendood zijn door vertegenwoordiging in de voorbereidende werkgroep nauw betrokken geweest bij de herziening en zijn verheugd over het resultaat. De richtlijn besteedt onder meer aandacht aan de opvattingen over samen slapen van jonge zuigelingen met de ouders, zoals die afgelopen zomer (2006) in Medisch Contact nog zijn besproken en becommentarieerd.
De herziene richtlijn is te vinden op Pedianet. In de bijlagen zijn opgenomen de publieksadviezen en het protocol voor kinderopvang dat door deze stichting is ontwikkeld.
Terug naar de inhoud
Peiling maakt trends zichtbaar in omgang met baby’s
Minder bedeelde groepen zien risicofactoren over het hoofd
Terug naar de inhoud
Nederlands onderzoek signaleert schudden, smoren en slaan
Vijf procent ouders gaat ruw om met huilende baby
LEIDEN - Een op de twintig ouders in Nederland reageert op huilen van hun baby op een wijze die grenst aan mishandeling. Ze schudden de baby door elkaar, smoren het geluid met hand of doeken of ze delen tikken uit. Dat blijkt uit een onderzoek van TNO Preventie en Gezondheid dat is gepubliceerd in het vooraanstaande medische vaktijdschrift The Lancet van 7 oktober 2004.
TNO onderzocht de reacties op het huilen van 3259 zuigelingen van een tot zes maanden oud. Dat gebeurde in samenwerking met de Rijksuniversiteit Groningen, het Leids Universitair Medisch Centrum, de Vrije Universiteit en de GG&GD Amsterdam.
De meeste risico's lopen baby's van ouders uit niet-westerse landen, van werkloze ouders of ouders die samen minder dan 16 uur werken, en van ouders die het huilen excessief vinden. In deze groepen is ook in het algemeen de kans op mishandeling groot.
Het gaat vaak om gezinnen met sociaal-economische achterstand, met een culturele achtergrond die geweld toestaat, of gezinnen die uiteenvallen of sociaal geïsoleerd zijn.
De onderzoekers vinden dat consultatiebureaus en andere zorgverleners zich bewust moeten zijn van de risico's die kunnen ontstaan als ouders aangeven dat hun baby erg veel huilt en het gezin sociaal onder druk staat. Ouders en verzorgers moeten leren dat huilen hoort bij zuigelingen: een baby van 1 maand oud huilt gemiddeld 1,5 uur per dag.
Uit diverse eerdere studies is bekend dat aanleg van een kind en gedrag van de ouders samen kunnen leiden tot onrust en slaapproblemen. In de regel onbewust zien ouders over het hoofd dat hun kind het beste zelf in het eigen wiegje of bedje in slaap kan vallen. Zij wachten bij voorbeeld met naar bed brengen totdat het kind al elders in slaap is gevallen, of zij gaan bij het minste geringste met het kind rondlopen en/of wiegen. In plaats van de baby rust en regelmaat te geven, dienen zij op die manier prikkels toe en stimuleren zij de onrust en daarmee de kans op slaapproblemen en huilgedrag. Vaak denken de ouders zelf dat hun optreden rustgevend is, maar zien ze over het hoofd dat kinderen kunnen leren om te huilen als op het eerste teken van ontwaken wordt gereageerd met stimulerend gedrag. Daardoor ontstaat een vicieuze cirkel van actie en reactie.
Hierdoor kan een situatie groeien waarin ouders onder grote spanning komen en waarin zij min of meer wanhopig op zoek gaan naar oplossingen. Sommige ouders kiezen ervoor om hun baby tegen alle adviezen in dan toch maar op de buik te slapen te leggen. Uit de cijfers blijkt helaas dat huilbaby's oververtegenwoordigd zijn onder de wiegendoodbaby’s.
Terug naar de inhoud
Hoger wiegendoodrisico en levenslange consequenties voor de gezondheid
Schade door roken voor en na geboorte onderschat
DEN HAAG - Niet alleen roken, maar ook meeroken leidt tot aanzienlijke toeneming van overlijdensrisico en schade aan de gezondheid, zo rapporteerde de Gezondheidsraad medio november 2003 aan de Nederlandse regering. De raad had een inventarisatie gemaakt van diverse grote studies en de uitkomsten herberekend naar de Nederlandse situatie. De kansen op longkanker en hartaandoeningen nemen als gevolg van meeroken fors toe, het risico van wiegendood verdubbelt, het geboortegewicht van baby's neemt er door af, de kans op infectie van de luchtwegen bij kinderen neem fors toe, het taal- en leervermogen wordt negatief beïnvloed en bij volwassenen stijgt het aantal chronische luchtwegklachten.
In de oorspronkelijke versie werd aangegeven dat er jaarlijks enkele tientallen gevallen van wiegendood aan meeroken zouden kunnen worden toegeschreven. Aangezien de huidige incidentie in Nederland zich beweegt tussen circa 25 en 35 gevallen per jaar, moest dit punt kort na de openbaarmaking worden gecorrigeerd. Op hoofdlijnen werd het rapport echter niet in twijfel getrokken. Heel verrassend waren de conclusies ook niet.
In 2000 al betoogden drie kinderartsen/onderzoekers in het artikel ‘Nadelige effecten van passief roken op het (ongeboren) kind, dat 23 februari verscheen in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, dat passief roken door (ongeboren) kinderen zo schadelijk is dat de samenleving daar meer aandacht aan zou moeten geven. Een van de drie was prof. dr. J.C. de Jongste, onder wiens leiding nu het rapport van de Gezondheidsraad is opgesteld. Hij maakte samen met arts-onderzoeker W. Hofhuis en dr. P.J.F.M. Merkus, verbonden aan het Rotterdamse Sophia Kinderziekenhuis, Erasmus Medisch Centrum, de balans op van een reeks recente onderzoeken. Zij stelden vast dat er veel bekend is over de effecten van passief roken op de sterfte (wiegendood) en op allerlei vormen van morbiditeit (ziekelijkheid), maar dat het voorlichten van rokende ouders door huisarts, verloskundige, kinderarts en internist/longarts beter kan.
Tot de bewezen effecten van roken tijdens de zwangerschap behoren: een lager geboortegewicht, een kleinere schedelomtrek, een veel hogere incidentie van wiegendood, meer kans op meningokokkenziekte, meer acute lageluchtweginfecties, vaker optreden van piepende ademhaling in de kleuterjaren, meer astmatische symptomen tussen 5 en 16 jaar, meer ‘volzitten’ en hoesten in dezelfde leeftijdsgroep, afname van de longfunctie en vaker middenooroorstekingen. Waarschijnlijk is dat de ontwikkeling van de longfunctie van de nog ongeboren baby wordt belemmerd en er zijn aanwijzingen dat er verband bestaat met gedragsstoornissen als aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit (ADHD).
Roken tijdens de zwangerschap, zo was toen al de conclusie, heeft levenslange consequenties voor het kind. Het beter voorlichten daaromtrent van zwangeren zou een belangrijke bijdrage kunnen zijn aan de preventie.
Terug naar de inhoud
Jaar na eerste peiling in Friesland verbetering zichtbaar:
Minder baby's onveilig vastgelegd in bed
LEEUWARDEN - Het aantal baby's en peuters dat in Friesland in bed wordt vastgelegd is het afgelopen jaar gedaald. Volgens een enquête onder 3500 ouders via alle consultatiebureaus in de provincie ligt nu nog bijna 10 procent tijdens het slapen vastgebonden, terwijl het een jaar eerder nog ging om ruim 13 procent. Volgens de drie Friese thuiszorgorganisaties die de peiling organiseerden, blijkt bij de helft van de kinderen het vastleggen op een riskante manier te gebeuren. De uitkomsten gelden alleen voor Friesland, maar kunnen een indicatie zijn voor de situatie in de rest van het land.
De eerste peiling baarde vorig jaar opzien, toen bekend werd gemaakt dat een kwart van de Friese baby's tussen een half en anderhalf jaar oud 's nachts werd vastgelegd met banden of klemmen. Bij drie van de vier gebeurde dat op een riskante manier, met ondeugdelijk materiaal, dat ook vaak op onjuiste wijze wordt toegepast. Deze cijfers kwamen uit een enquête onder ruim 3000 ouders. Nu pas blijkt dat in de eerste peiling ten onrechte ook inbakeren te zijn beschouwd als vastleggen, zodat de cijfers moesten worden gecorrigeerd.
Verspreid over het hele land zijn de afgelopen jaren verscheidene dodelijke ongelukken gebeurd met baby's die op een verkeerde wijze en in strijd met de gangbare adviezen waren vastgelegd. Begin juli 2004 verbood de Voedsel en Warenautoriteit/Keuringsdienst van Waren wegens dodelijke ongelukken het gebruik van een slaapzakriem die met een onjuiste gebruiksaanwijzing in babyzaken te koop werden aangeboden.
Als reden voor het vastleggen noemden ouders in de Friese enquête het vaakst het voorkomen van draaien naar de buik. Bij baby's boven een jaar ging het meer om het verhinderen van blootwoelen en uit bed klimmen. Een meerderheid van de ouders gaf aan geen informatie te hebben over fixeren. Er werden veel in babyzaken aangeschafte attributen gebruikt die al jaren lang om veiligheidsredenen worden ontraden.
Fixeren of vastleggen is in Nederland geen gebruikelijk advies, omdat er te veel risico's voor de veiligheid en bezwaren inzake motorische ontwikkeling aan zijn verbonden. Het wordt in beginsel afgeraden en slechts bij hoge uitzondering onder bijzondere omstandigheden geadviseerd. Ouders die het desondanks toch willen doen, wordt dringend aangeraden zich te voorzien van deugdelijk materiaal en een goede instructie. Bovendien wordt met klem ontraden om het dan nog boven de leeftijd van 9 maanden doen. In babywinkels worden ondeugdelijke attributen zonder of met onjuiste instructie aangeboden, waarmee ongelukken kunnen gebeuren.
De Stichting Wiegedood benadrukt dat fixeren niet hoeft te worden overwogen als de preventie aanbevelingen uit Veilig Slapen zorgvuldig worden gevolgd. Daarbij is van belang de baby overdag al vertrouwd te maken met omrollen van en naar de buik. Bij de stichting zijn inmiddels zes gevallen bekend van overleden baby's die niet op een veilige manier en boven de in de uitzonderingsgevallen als uiterst geadviseerde leeftijdsgrens waren vastgelegd.
Terug naar de inhoud
Britse studie concludeert na jarenlang volgen van duizenden kinderen:
Herhaling wiegendood in gezin meestal onverdacht
LONDEN - Een tweede of zelfs een derde geval van wiegendood in een gezin is iets minder uitzonderlijk dan tot nog toe werd aangenomen. In verreweg de meeste gevallen valt dit overlijden ook na grondig onderzoek niet te verklaren. In een kleine minderheid echter is er reden de dood als 'onnatuurlijk' te verklaren, dat wil zeggen toe te schrijven aan (mis)handelen door een ouder of verzorger of aan het onthouden van zorg. Die conclusie wordt getrokken in een studie naar de lotgevallen in het eerste levensjaar van 6373 Britse kinderen die volgend op een wiegendoodbaby werden geboren. Het volledige onderzoek is gepubliceerd in het toonaangevende medische tijdschrift The Lancet van 1 januari 2005.
De studie maakt duidelijk dat een jaar geleden terecht de wetenschappelijke bodem is weggeslagen onder wat bekend stond als 'Meadow's Law' - de lange tijd in Groot-Brittannië als vuistregel gehanteerde opvatting van kinderarts prof. Sir Roy Meadow: "Eén geval van wiegendood is een tragedie, bij een tweede keer is het verdacht en bij een derde keer is het moord, tenzij het tegendeel wordt bewezen". Nadat in drie beroepszaken ernstige twijfel was gerezen aan de houdbaarheid van deze redenering, zag de Engelse justitie zich geplaatst voor de noodzaak om 297 vonnissen wegens kindermoord opnieuw te bezien. Inmiddels heeft de justitie vastgesteld dat 28 zaken over een periode van tien jaar voor herbeoordeling in aanmerking komen; vijf daarvan zijn inmiddels in behandeling, in een zesde geval is een moeder die twee kinderen verloor onlangs vrijgesproken.
De in The Lancet gepubliceerde studie is uitgevoerd onder leiding van de Engelse epidemioloog prof. Bob Carpenter, met medewerking van onder anderen de Nederlandse kinderpatholoog prof. Jonne Huber. De onderzoekers konden dank zij hun zogeheten CONI (care of next infant)-programma, bijna alle kinderen volgen die werden geboren in gezinnen waar eerder een baby onverwacht was overleden. Haast alle in aanmerking komende ouders in Engeland, Wales en Noord-Ierland maken gebruik van dit programma, dat intensieve begeleiding biedt.
Tussen 1988 en 1999 volgde CONI 6373 kinderen in 5229 gezinnen. In 1144 gevallen (22 procent) ging het om een broertje of zusje van een eerder CONI-kind. Van alle gevolgde kinderen overleden er in het eerste levensjaar 57. In 9 gevallen was dat het gevolg van een bekende ziekte of een aangeboren afwijking. In 41 van de 48 resterende gevallen leidde nauwgezet onderzoek tot de conclusie van een weliswaar onverklaarbare, maar natuurlijke dood. Zeven maal rees er een ernstig vermoeden of werd infanticide aangetoond, in twee gezinnen werden twee volgende baby's het slachtoffer.
Prof. Huber wijst erop dat de grote omvang van de studie het mogelijk maakt de herhalingskans van wiegendood en het aandeel van infanticide betrouwbaar te kwantificeren, meer dan tot nog toe mogelijk was, in elk geval voor Engeland. "Wij hebben gevonden dat in ongeveer 10 procent van de gezinnen waar zich een volgende wiegendood voordeed, er sprake was van een onnatuurlijke oorzaak van overlijden. Voor de totale sterfte onder het beeld van wiegendood is het 3 tot 4 procent. Er is dus geen reden om ouders na een onverwacht en plotseling overlijden zonder meer onder verdenking te plaatsen. Wel is het zaak om in alle gevallen van plotseling en onverwacht overlijden een volledig pediatrisch en postmortaal onderzoek in te stellen om zo dicht mogelijk bij de oorzaak te komen. Dat biedt getroffen ouders de grootst mogelijke kans om te weten te komen wat er is gebeurd en hen te vrijwaren van onterechte verdenking bovenop hun al zo grote verdriet.''
Terug naar de inhoud


